“Ik weet niet zo goed meer waar ik naar op weg ben. Ik dacht: als ik maar weg ben. Maar nu….. ik weet niet wat ik denk of hoop te vinden”.

Oscar wacht met zijn moeder tot de grenswachter de kist met zijn overleden vader vrijgeeft.

De grenswachter wacht op zijn dolende vrouw, die is gevlucht om aan de ruis in haar hoofd te ontsnappen.

Hier, bij deze grenspost, dwalen en verdwalen de wachtenden, door hun relatie, hun eigen hoofd, door de ruis van de televisie of het stof van de storm. Ze dwalen op zoek naar het scheurtje waar de bevrijding achter ligt.

Een strijd in loslaten door personages die zo vast zitten, dat ze zich alleen scheurend kunnen bevrijden.